Afschaffing slavernij geen reden tot feest (2017)

Keti koti, 1 juli, de afschaffing van de slavernij, het zegt veel groepen mensen zeer weinig. Hieronder vallen veel blanke Nederlanders, maar ook op Curaçao is 1 juli geen dag waar massaal bij stilgestaan wordt. Op 1 juli 1863 is de slavernij in Nederland afgeschaft. Deze dag wordt op Curaçao gezien als de dag dat de Nederlanders de vrijheid toelieten. Voor de Curaçaoënaars is 17 augustus 1795 veel belangrijker: deze dag zien zij als het begin van het einde van de slavernij.

Op Curaçao zijn ze ‘stoutmoediger’, zei voormalig Curaçaose minister van Cultuur, Rubia Bitorina, op de herdenking van 150 jaar afschaffing in 2013. In haar speech vergelijkt zij de 1 juli viering van Suriname met die van Curaçao. In Suriname is het een grote feestdag, maar op Curaçao wordt op 1 juli helemaal niets gevierd. “Zij vieren in augustus dat de slaven hun eigen leven wilden leiden. Zij vieren 17 augustus. Dat is de dag dat Tula in 1795 de grote slavenopstand begon. De dag dat slaven zelf besloten vrij te zijn. Dat is een reden om te vieren”, aldus Bitorina. De herdenking van vier jaar geleden is een uitzondering, andere jaren wordt de afschaffing van de slavernij niet herdacht en niet gevierd. Momenten die belangrijk zijn voor de emancipatie van de Curaçaoënaars worden wel gevierd. 2 juli, Dia di Bandera, de dag van de vlag is één van deze feestdagen. Het hebben van een eigen vlag, land en volkslied wordt dan gevierd.
          Een andere grote feestdag is dus 17 augustus. Het is nog immer belangrijke dag op Curaçao door de impact van de slavenopstand die op deze dag in 1795 begon onder leiding van Tula, Bastiaan Carpata en Louis Mercier. Tula wordt gezien als de grote leider en is sinds 2010 de nationale held van Curaçao. Hij was een slaafgemaakte op plantage Grote Knip en had een samenleving voor ogen waarin iedereen gelijk zou zijn. Dit blijkt uit het gesprek dat hij had met pastor Schink gedurende de revolte. “Wij zijn al te zeer mishandelt, wij zoeken niemand kwaad te doen, maar zoeken onze vrijheid”, zei Tula toen Schink hem probeerde over te halen om te stoppen met zijn vrijheidsstrijd.

Al was de revolte neergeslagen en waren de leiders vermoord, de slaafgemaakten verlangden, volgens kapitein Van Westerholt, naar een nieuwe opstand. Hij nam daarom maatregelen om nieuwe opstanden te voorkomen. Zo werden onder meer zondagen vrije dagen voor slaafgemaakten en werden de eigenaren verplicht om hun slaafgemaakten te voorzien van kleding. Deze verzachtende maatregelen waren er niet om de levens van de slaafgemaakten te verbeteren, maar om opstanden te voorkomen. Toch was het voor een kleine stap vooruit.
          De Curaçaose vrijheidsstrijd van 1795 is op zichzelf het herdenken waard, maar heeft vooral zijn stempel op de geschiedenis gedrukt doordat het onderdeel was van een reeks opstanden tegen de onderdrukkers, tegen de Nederlanders. In het gehele Caribische gebied zijn 8 á 9 slavenopstanden geweest waar meer dan 2000 mensen aan deelnamen. Twee hiervan vonden plaats op Curaçao, in 1795 en in 1800. Mede hierdoor hadden de Curaçaose slaafgemaakten een zeer slechte reputatie, maar deze reputatie hadden zij al voor de opstanden begonnen halverwege de 18e eeuw. De slaafgemaakten werden daarvoor al beschreven als ‘brutaal’ en ‘respectloos’. Deze omschrijvingen komen ook nog terug in de 19e eeuw, maar de laatste revolte was in 1800. De aanhoudende angst voor opstanden zou er beetje bij beetje voor zorgen dat de levens van de slaafgemaakten enigszins verbeterden. De onrust onder de Curaçaose slavenbevolking nam zeker toe nadat de Engelsen (1833) en de Fransen (1848) de slavernij afschaften. Al vóór 1863 nam het aantal Curaçaose vrijgelaten slaafgemaakten toe, net als het aantal dat zichzelf kon vrijkopen. De afschaffing van de slavernij veranderde vrij weinig aan het systeem op Curaçao. De laatste slaafgemaakten waren nu ook vrije mensen, maar nog steeds waren zij gebonden aan hun voormalige eigenaren. Regelingen voor ander werk en andere woningen waren immers niet genomen.

Het is dus allerminst vreemd dat 1 juli geen belangrijke plaats heeft in het collectief geheugen van Curaçao. De afschaffing van de slavernij is een sociaal politiek proces dat zich ver weg in Nederland heeft gespeeld en dat eindigde op 1 juli 1863. De emancipatie van de Curaçaoënaars is een proces dat niet gestopt is op die datum en dat zich nog steeds gaande is. 17 augustus 1795 is een belangrijk punt in dat proces van zelfontwikkeling, 1 juli was een eerder een formaliteit.

Note: In 2013 schreef ik al dit artikel voor mijn afstuderen aan de Fontys Hogeschool Journalistiek. Vier jaar later wil ik hiermee laten zien hoeveel ik geleerd heb tijdens de master Maatschappijgeschiedenis aan de EUR. Mijn master thesis (hier te lezen) gaat over de emancipatie van de Curaçaose slaafgemaakten tussen 1795 en 1863. Dankzij de nieuw opgedane kennis en mijn verbeterde inzichten verdient dat het artikel uit 2013 deze update.

Heeft Shell Curaçao uit de slavernij getrokken?

De opdracht voor de paper statistiek: schrijf een paper over de historische ontwikkeling van ongelijkheid, economische groei of globalisering in een plaats en periode naar keuze. Op basis van een beperkte literatuurstudie ontwikkelen de studenten een kleine, specifieke onderzoeksvraag. Om die vraag op te lossen maken de studenten gebruik van de data in een SPSS-bestand dat ze zelf aanmaken. De gegevens in dit bestand hebben ze gevonden in een wetenschappelijke studie, een wetenschappelijke bronnenuitgave of een wetenschappelijk databestand. De herkomst van deze gegevens wordt uiteraard uitgelegd en kritisch benaderd. In deze korte paper probeer je aan de hand van de gelezen literatuur en deze data één specifiek historisch probleem op te lossen aan de hand van kwantitatieve gegevens zoals dat in een wetenschappelijk artikel gebeurd.

In deze paper moest je beginnen met een punt van kritiek op een publicatie over jouw gekozen onderwerp.
De onderstreepte cijfers verwijzen naar de voetnoten onderaan de pagina.

Originele databestanden: https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:49962/tab/2


Inleidend: ‘Stikken in het paradijs’
“Het paradijselijke Curaçao is de parel aan de kroon van het koninkrijk der Nederlanden en is geliefd bij toeristen. Er is een plek die de vrolijke vakantiefolders niet haalt; midden op het eiland ligt de Isla raffinaderij. Alleen al door de luchtvervuiling sterven jaarlijks minstens 18 mensen. Zembla onderzoekt waarom de Isla ongehinderd mens en milieu mag vergiftigen.”

Zembla geeft het al aan: de Isla is de grote vervuiling van het ‘paradijselijke’ Curaçao. In de uitzending wordt ingegaan op de omvang van de vervuiling, over de gesloten houding van het bedrijf, over de overgang van de vorige eigenaar (Shell) naar de nieuwe eigenaar (de Curaçaose regering) en het gaat kort over waarom de Isla zo belangrijk is voor het eiland: namelijk door de 8000 werkplekken en het aantal voorzieningen dat zij gecreëerd heeft.

Toch mist Zembla een belangrijk historisch aspect. Waarom komt Curaçao niet massaal in opstand? “De Isla is van enorm grote waarde voor Curaçao, nu en ook honderd jaar geleden al”, zo vertelt Max Elstak, gepensioneerd docent geschiedenis en nu betrokken bij het slavernijmuseum op Curaçao.2 “De Isla is het eerste bedrijf waar mensen konden gaan werken, afgezien van de plantages dan waar ze voor de afschaffing van de slavernij als slaaf moesten werken. De Isla heeft de mensen uit de slavernij geholpen en dat zijn de mensen hier niet vergeten.”

Uit mijn bronnen komt ook naar voren dat de vroege raffinaderij van Shell, nu van de Curaçaose overheid, zeer belangrijk is geweest voor de economie van Curaçao. Dat ga ik hier verder uitwerken.

Een ‘noodlijdende kolonie’ 3
Aan het begin van de twintigste eeuw is de situatie op Curaçao niet heel veel anders als in 1870, dan is de slavernij slechts zeven jaar afgeschaft.4 In de laatste jaren van de negentiende eeuw heeft het eiland telkens een negatief saldo aan het einde van het jaar, op 1873 na dan.5  De sociaaleconomische gevolgen van de afschaffing zijn beperkt, voormalig heer en voormalig slaaf blijven op dezelfde wijze met elkaar omgaan.6  Veel mensen zijn nog in dienst bij plantages, al worden de voormalige slaven al vanaf het moment dat ze vrij zijn steeds een beetje onafhankelijker. Op een gehuurd, klein stukje grond proberen steeds meer mensen hun eigen voedsel te produceren. Vaak lukt niet geheel, maar ze zijn nu slechts deels afhankelijk van het loon van een plantage-eigenaar of van een ander baantje. Vanaf 1915 zie je dat de bevolking juist steeds weer afhankelijker wordt van één of meerdere lonen, dit is dan ook het jaar dat de Shell zich vestigt op het eiland.7

Grafiek 1

Grafiek 1

In de eerste grafiek krijg je een idee van de verhoudingen op Curaçao in de eerste jaren van de twintigste eeuw. Van 1905 tot 1929 zijn de data over de beroepsverdeling op het eiland te vinden. Vanaf 1918 beginnen de gegevens over het aantal werknemers van Shell.8 De blauwe lijn geeft aan hoeveel mensen werken, maar deze gegevens zijn zonder de data met de landarbeiders en zonder de werknemers van Shell. De blauwe lijn geeft het ‘hoofdberoep’ aan, alle mogelijke bijbaantjes zijn niet meegeteld. Belangrijk, want zeker in de eerste jaren van de Shell gaan veel werknemers nog naar huis om daar te helpen op het land.9

Curaçao probeert in deze jaren economisch vooruit te komen. In de eerste grafiek is mooi te zien dat het inwonersaantal bijna gelijkmatig stijgt met het aantal werknemers van de raffinaderij. Geleidelijk ‘wint’ het geboortecijfer na jaren echt van het sterftecijfer, er ontstaat dus een geboorteoverschot. De bevolking neemt vanaf dit moment ook sterk toe omdat immigranten vanaf 1929 wel mee geteld worden.10 Terugkomend op Shell: in grafiek 2 zie je precies dezelfde gegevens als in de eerste grafiek. Het verschil is dat de data op de Y-as niet meer met gelijke stappen omhoog gaan, de as is logaritmisch ingedeeld. Zo is nog duidelijker te zien hoe sterk het aantal werknemers van Shell gegroeid is op Curaçao. Te zien in beide grafieken is dat de olieraffinaderij heus niet de enige werkgever is, wel is het een zeer belangrijke. De mijnbouw en ook de kleine bedrijfjes met bijvoorbeeld hoedenvlechten zijn belangrijk, maar de moderne industrialisatie begint met de komst van de Shell.11

Grafiek 2

Grafiek 2

Wat doet de Shell eigenlijk op het tropische dushi Korsou, het mooie Curaçao, zoals het eiland nu in de volksmond genoemd wordt? In de raffinaderij wordt ruwe olie verwerkt tot ‘een serie brandstoffen, grondstoffen, smeermiddelen en andere producten’.12  De herkomst van de olie is in de eerste jaren Mexico, maar dat verandert snel naar Venezuela. Dit is een van de redenen waarom Shell voor Curaçao gekozen heeft.13  Venezuela is op ongeveer 60 mijl van de Curaçaose zuidkust. Daarnaast is het eiland begin 1900 verder ontwikkelt dan de andere twee benedenwindse eilanden, Aruba en Bonaire.14  

Grafiek 3

Grafiek 3

In de eerste jaren is bij Shell Curaçao nog niets te zien van het bloeiende bedrijf dat het ooit zal worden. De werkzaamheden worden vaak stilgelegd en de olietoevoer gaat niet altijd soepel. Vanaf 1921 maakt Shell sprongen vooruit, zoals duidelijk te zien is in grafiek 3.15 In deze jaren van enorme groei is het niet gemakkelijk om genoeg arbeiders te vinden. De suikerplantages op Cuba zijn erg in trek, maar ook ander werk op Curaçao, bijvoorbeeld de zoutwinning, is populairder. Simpelweg omdat het werk daar beter verdient.16

Shell heeft twee oplossingen: eerst trekt het oliebedrijf werkmigranten aan uit de omliggende gebieden, maar ook vanuit Latijns-Amerika.17 Een ander punt is dat de lonen bij Shell sterk stijgen vanaf 1923.18

De arbeidsmigranten zijn als eerste de dupe van de stop op de toevoer van olie vanuit Venezuela in 1930, maar ook de Curaçaoënaars lijden onder deze situatie. Deze dip duurt, zeker in vergelijking met de crisis in Europa en Amerika, maar kort. Vanaf het einde van 1934 neemt het aantal werkzaamheden alweer sterk toe bij Shell.19

Hoe belangrijk is Shell nou geweest voor het proces om uit de slavernijperiode te komen? In de volgende grafiek is dit te zien aan de hand van de aangeslagen inkomstenbelastingen. Deze bewegen haast gelijk met het aantal werknemers van Shell, al lijkt een kleine vertraging in deze gegevens te zitten en het zijn ‘slechts’ de gegevens van de vaste inwoners van Curaçao.20 In de eerste 25 jaar heeft Shell bewust de voorkeur gegeven aan buitenlandse, geschoolde mensen, in plaats van de lokale bevolking op te leiden. De dip die je ziet tijdens de Tweede Wereldoorlog en deze oorlog is één van de redenen geweest voor Shell om de mensen van Curaçao te gaan opleiden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is zowel immigratie, als emigratie zeer moeilijk. Het bijhouden van gegevens heeft in deze jaren op Curaçao niet de prioriteit, zoals te zien bij het ontbreken van gegevens in het aantal aangeslagen inkomstenbelastingen.21

Grafiek 4

Grafiek 4

Niet alleen creëert Shell werk en zo inkomsten, ook verbetert Shell andere omstandigheden op het eiland. Niet uit liefdadigheid, maar om de omstandigheden voor het bedrijf zelf te verbeteren. De watervoorzieningen zijn in de beginjaren een probleem, dus heeft Shell voor meer waterputten en voor watertanks vanuit Europa gezorgd. Het wegennet is in de jaren twintig, net als het communicatienetwerk, onder de maat voor het oliebedrijf.22 Daarnaast heeft Shell gezorgd voor scholen, supermarkten en betere transportmogelijkheden.23

Conclusie: ‘olie als water’
“In de tussenliggende halve eeuw had Curaçao ervaren hoe de olie als water het eiland overstroomde, rijkelijk als een tropische regenbui, de armoede verdrijvend die bij gebrek aan water had geheerst, maar ook: de ene onzekerheid vervangend door een andere afhankelijkheid”, aldus dr Jaap van Soest in zijn boek Olie als water over Curaçao in de jaren 1900-1950.24

Het belang van de olieraffinaderij voor de economische groei van Curaçao is niet te onderschatten. De lonen zijn misschien niet vele malen hoger geweest dan bij andere bedrijven, maar het gaat wel over duizenden banen in een vrij kleine gemeenschap. Shell heeft zelfs veel invloed gehad op de samenstelling van de bevolking. Al zijn veel werkmigranten weg gegaan bij de crisis van de jaren dertig, veel zijn op het eiland gebleven of zijn weer teruggekomen. Nog steeds bestaat dushi Korsou uit mensen met vele verschillende nationaliteiten en uit mensen met voorouders van verschillende nationaliteiten.25

De Isla is van een enorm grote waarde geweest voor de ontwikkeling van de Curaçaose economie. Tot begin twintigste eeuw is de situatie haast nog precies als in de tijd van de slavernij, alleen zijn er officieel geen slaven meer. Velen inmiddels ex-slaven werken nog op plantages of in de zoutwinning, net als voor 1863. Met de komst van Shell ontstaan er meer banen, meer onafhankelijkheid van de plantage-eigenaren en wel meer afhankelijkheid van Shell. Deze zorgt ook nog eens voor betere omstandigheden.

Behalve de omstandigheden voor de in te ademende lucht dan.26 Toch moet je na het lezen van de literatuur en het bestuderen van de cijfers Max Elstak helemaal gelijk geven: de Shell lijkt de mensen echt uit de slavernij getrokken te hebben. Doordat het ‘slechts’ honderd jaar geleden is dat deze ontwikkelingen plaats hebben gevonden, is het nog vrij vers. Opa’s en oma’s van de huidige generatie zijn de eerste werknemers geweest en die kennis wordt van generatie op generatie over gegeven.

Voetnoten:
1. Zembla, ‘Stikken in het Paradijs’ http://zembla.vara.nl/seizoenen/2013/afleveringen/21-03-2013 (08-10-14)
2. Max Elstak, Willemstad te Curaçao, 03-07-2013.
3. Jaap van Soest, Olie als water, de Curacaose economie in de eerste helft van de twintigste eeuw, (Curacao 1976, Zutphen 1977) pag. 15.
4. Jaap van Soest, Olie als water, de Curacaose economie in de eerste helft van de twintigste eeuw, (Curacao 1976, Zutphen 1977) pag. 10.
5. Jaap van Soest, Olie als water, de Curacaose economie in de eerste helft van de twintigste eeuw, (Curacao 1976, Zutphen 1977) pag. 22.
6. Jeroen H Dekker, Curaçao zonder/met Shell, (Zutphen 1983) pag. 5.
7. Jeroen H Dekker, Curaçao zonder/met Shell, (Zutphen 1983) pag. 103-104.
8. Jaap van Soest, Curaçaose cijferreeksen 1828-1955, https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:49962/tab/2
9. Jaap van Soest, Curaçaose cijferreeksen 1828-1955, 05.08.1 Shell werkgelegenheid naar type medewerkers 1918-1961, https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:49962/tab/2 (10-10-2014)
10. Jaap van Soest, Arbeid op Curaçao, een historische verkenning van de arbeidsmarkt, (Willemstad, 1983) pag. 8-10. `
11.Jeroen H Dekker, Curaçao zonder/met Shell, (Zutphen 1983) pag. 70.
12. Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie, http://www.vnpi.nl/files/file/wat%20doet%20een%20raffinaderij.pdf
13. Jeroen H Dekker, Curaçao zonder/met Shell, pag. 70.
14. Jaap van Soest, Olie als water, de Curacaose economie in de eerste helft van de twintigste eeuw, (Curacao 1976, Zutphen 1977). Pag. 181.
15.Jaap van Soest, Olie als water, de Curacaose economie in de eerste helft van de twintigste eeuw, (Curacao 1976, Zutphen 1977). Pag. 194-195.
16. Jeroen H Dekker, Curaçao zonder/met Shell, (Zutphen 1983) pag. 107
17. Jaap van Soest, Arbeid op Curaçao, een historische verkenning van de arbeidsmarkt, (Willemstad, 1983) pag. 19.
18. Jeroen H Dekker, Curaçao zonder/met Shell, (Zutphen 1983) pag. 108.
19. Jaap van Soest, Arbeid op Curaçao, een historische verkenning van de arbeidsmarkt, (Willemstad, 1983) pag. 29-31.
20. Jaap van Soest, Curaçaose cijferreeksen 1828-1955, 06.05.3 aantal aangeslagenen inkomstenbelasting 1907 – 1959, https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:49962/tab/2 (10-10-2014)
21. Jaap van Soest, Arbeid op Curaçao, een historische verkenning van de arbeidsmarkt, (Willemstad, 1983) pag. 29-49.
22. Jaap van Soest, Olie als water, de Curacaose economie in de eerste helft van de twintigste eeuw, (Curacao 1976, Zutphen 1977). Pag. 197-208.
23. http://zembla.vara.nl/seizoenen/2013/afleveringen/21-03-2013
24. Jaap van Soest, Olie als water, de Curacaose economie in de eerste helft van de twintigste eeuw, (Curacao 1976, Zutphen 1977). Pag. 11.
25. Curaçao Toeristen Bureau, ‘Inwoners Curaçao’, http://www.curacao.com/nl/Ontdek/Cultuur/Kleurrijke-Geschiedenis/#!inwoners-curacao (18-10-14)
26. Zembla, ‘Stikken in het Paradijs’ http://zembla.vara.nl/seizoenen/2013/afleveringen/21-03-2013 (08-10-14)

Curaçao, het stageparadijs

Curaçao, het stageparadijs
(Document)

In mijn stagetijd heb ik mezelf continu verwonderd over de meeste stagiaires. Zon, zee en zuipen, daarvoor kwamen zij naar het eiland. Hun stage leek een vervelende bijkomstigheid voor ze. Na maanden van observeren en -vooruit- ook deelnemen, maar in een veel en veel mindere mate, heb ik nog enkele mensen geïnterviewd. Zie hier het eindresultaat.

Witte stranden, palmbomen, temperaturen rond de 30 graden, veel zon en een heldere felblauwe zee. Elk bedrijf heeft wel een stageplaats. Of je nou een horecaopleiding volgt, rechten studeert of dierentemmer wilt worden, op Curaçao vind je wel een stageplek. Dit maakt dushi Korsou  een paradijs voor de gemiddeld 1200 stagiaires die hier elk jaar komen. Een heus stageparadijs. Het is immers altijd wel ergens happy hour.

Elk ´happy hour´ gaat eigenlijk hetzelfde, in welke kroeg, club, strandtent of discotheek je ook staat. De mensen druppelen binnen, snellen naar de bar en gaan dan terug naar hun hoekje met een Amstel Bright, wodka-jus of welk mixdrankje dan ook. Het midden van de dansvloer wordt vermeden. De stagewereld op Curaçao is een kleine wereld. Je valt op als je te maf danst en dan wordt er over je geroddeld.

Tot het tweede of derde drankje natuurlijk. Een happy hour op dit tropische eiland kan ook gemakkelijk een uur of twee, soms drie duren. Je valt op als je te maf danst, maar je valt net zo hard op als je eigenlijk nooit ‘scoort’. Als je dus nooit een meisje of een jongen aan de haak slaat. De afsluiter van de avond is dan ook regelmatig de jacht. De vele drankjes, en misschien wel de noodzaak om nog een lift naar huis te krijgen, zorgen ervoor dat veel stagiaires de drang om ‘te scoren’ duidelijk voelen.

De volgende ochtend is het dan de sport om op stage te komen en om daar te verbergen dat je brak bent. “Zo gaat het meestal”, moet Jeroen* bekennen. “Niet alleen op de vrijdagen. Het is echt elke avond feest. Huisgenoten of andere stagiaires hoor ik nooit over hun stage. Behalve als die niet bevalt, dan hoor je het continu. We krijgen via Wereldstage een bedrijf toegewezen. Bevalt die niet, dan moet je hemel en aarde bewegen voor ze daar iets aan gaan doen. Daar hoor je ook veel mensen over zeuren. Zo gaat het eigenlijk ook als er iets stuk is in huis. Huisvestiging komt echt niet meteen langs.”

Het stagebureau
Maarten de Jong, van Wereldstage gaat hier tegenin. “We nemen ze aan het handje mee naar het eiland.” De Jong is de directeur van Wereldstage, het stagebemiddelingsbureau met de meeste stagiaires op het eiland. “We regelen een verblijfplaats, een stageplek, het vliegticket en zelfs dat de stagiaires elkaar al ontmoeten voor ze gezamenlijk naar het eiland vliegen.” Op het vliegveld worden de jonge Hollanders opgehaald en daarna worden ze netjes thuis afgezet. Op hun eerste werkdag hoeven ze zelfs niet alleen naar hun stageplek toe, ook daar worden ze heen gereden. Vanaf dat moment moet je als stagiaire laten zien dat je ook zelfstandig kan zijn. “Al zijn ze jong, al wonen de meeste jongelui nu voor het eerst op zichzelf”, zo gaat De Jong verder. “Eenmaal op het eiland zijn wij alleen nog voor de ondersteuning, dat vertellen we ook vaak. Is er iets op stage, praat daar eerst zelf over. Is er een lamp in huis stuk, probeer die eerst zelf te vervangen. Je bent al met al toch oud genoeg om deze kant op te komen?”

Veiligheid
De jonge Nederlanders worden door Wereldstage via de mail en in de nieuwsbrieven gewaarschuwd voor hun veiligheid.“Loop ’s nachts niet alleen over straat! Doe de poort op slot! Ga niet met heel veel geld over straat! Kruip niet met je zatte hoofd achter het stuur! Houd het huis schoon, anders krijg je kakkerlakken! Stap niet bij vreemden in een auto!” Elke periode beginnen de jonge Nederlanders weer vol goede moed. Twee keer per jaar komt er een grote groep nieuwelingen op het eiland. In januari en in augustus. Na een maand of twee zijn de stagiaires slordig geworden: doen de deuren niet op slot, lopen ’s nachts alleen over straat. Na een maand of twee komen de berichten over overvallen en berovingen. Standaard de laatste jaren, zo bevestigt De Jong.

“Is het eiland veilig?” Dokter Harry Jansen herhaalt de vraag terwijl hij erover denkt. “Ja”, concludeert hij uiteindelijk. “Ja, het is veilig.” Dokter Jansen is de dokter die vanuit Wereldstage wordt aangeraden. Bij hem komen dus de meeste stagiaires langs. “Je ziet veel jonge, Nederlandse mensen continu met een telefoon en een camera. Ze zijn vaak met veel bij elkaar en zijn minder weerbaar dan een volwassene. Ze zijn gewoon een gemakkelijk doelwit: je krijgt gemakkelijk veel waardevolle spullen in korte tijd. Maar overvallen zijn overal ter wereld.” Als je zo kijkt naar de handelingen van de stagiaires, dan lijken ze zich niet bewust van waar ze zijn. Ze wonen nu op een eiland tegen Zuid-Amerika en niet in een Nederland in de tropen. Natuurlijk zijn er ook in Nederland overvallen, maar Curaçao is toch even wat anders. Het is hier een kleine gemeenschap met grote tegenstellingen tussen arm en rijk. De toch wat rijkere stagiaires wonen niet op beveiligde parken, worden slordig, en ja echt: ze zijn vaak dronken.

De verhalen van stagiaires over hun dronken acties zijn niet meer bij te houden. Stagiaires lijken soms niet te weten dat het stom is om ’s nachts alleen over straat te gaan. Ze weten dondersgoed dat er eigenlijk nooit alcoholcontroles zijn. Een voorbeeld is de net negentien jarige Tim*. Met auto’s is Tim niet zo handig: van losse bumpers tot berichten op Facebook als: “Ik heb net mijn autoverhuurder moeten uitleggen waarom mijn auto met deuken, een wielklem, een proces verbaal, zonder accu en zonder sleutels op de stoep van een straat stond waar ik niet eens woon. Hij heeft het er moeilijk mee.” Een ander hoogtepunt, zo gaf hij zelf toe, is niet veel later: “Gisteren met mijn auto over mijn eigen grote teen gereden. Vraag me niet hoe.”

De dokter kan daar kort over zijn: “Ja, velen rijden toch met een behoorlijke slok op. Ik zie de stagiaires niet op de avond zelf, maar ik zie er wel weer veel die op controle komen of bij wie de hechtingen eruit gehaald moeten worden. Verder zie ik ook aardig wat soa’s en andere overdraagbare ziektes als vervelende hoestjes.” Gevolgen van heftigere middelen ziet hij niet snel, maar het is geen nieuws dat je op Curaçao wel erg gemakkelijk aan cocaïne kan komen. Als je maar weet waar je moet zijn en dat blijkt heel gemakkelijk. “Tien gulden voor een zakje”, zo verzekert Rick* mij. “Niets dan goed spul.”

Hoe denken de Curaçaoënaars erover?
Zijn die lawaaierige, mogelijke baneninpikkende stagiaires dan alleen maar naar en vervelend? Niet voor de economie van dushi Korsou. Ze huren een kamer, vaak nog een auto of een scooter, nemen nog eens een duikcursus, gaan met dolfijnen zwemmen, huren nog eens een boot en ze gaan nog eens uit eten. Papa en mama betalen toch vaak. Over papa en mama gesproken: gemiddeld haalt elke stagiaire drie mensen naar het eiland. Zij moeten ook ergens slapen en ergens eten. Plus: de stagiaire kent het eiland en laat natuurlijk alle mooie plekjes zien. Een betere gids kan je niet hebben. Een betere, wandelende reclame kan je niet hebben. Iedereen post natuurlijk alleen maar mooie foto’s op Facebook. Duizenden foto’s per jaar, hoeveel mooier kan gratis reclame zijn?

Curaçao heeft misschien een haat-liefdeverhouding met die zuipende stagiaires. Andersom niets dan liefde. Misschien klikt het op stage niet zo of is die ene huisgenoot niet leuk, maar dat nemen ze het eiland niet kwalijk. Zij verlaten Curaçao in tranen, plechtig zwerend dat ze ooit en heel snel terug zullen komen.

*Alle namen van stagiaires zijn uit privacyoverwegingen veranderd.

Leeft de slavernij nog?

Naspelen slavernij bij Kura Hulanda

Naspelen slavernij bij Kura Hulanda

Sinds de officiële afschaffing van de slavernij zijn we 150 jaar verder. Heeft Curaçao deze tijd afgesloten of speelt het eigenlijk nog steeds? Eline van Gassen en ikzelf zijn naar het eiland gegaan met de vraag ‘Leeft de slavernij nog?’

Dit item hebben Eline en ik samen gemaakt. Eline is verantwoordelijk geweest voor het beeldverhaal, al moet ik zeggen dat het wegspringende beeld op 3 minuten hoogst waarschijnlijk mijn fout is. Waarschijnlijk is er iets misgegaan bij het exporteren. Eline heeft gefilmd en heeft het leeuwendeel van het monteren gedaan. Zij heeft dan ook veel en veel meer ervaring. Wel zat ik er iedere montagedag bij en heb ik mezelf -tot grote vreugde van Eline- overal tegenaan bemoeid. Zo heb ik wel weer heel veel geleerd. Dank daarvoor.

De verhaallijn is, net als het onderwerp zelf, mijn idee. Op het beeldverhaal kan ik in dit geval niet beoordeeld worden. Voor we naar Curaçao gingen hebben we dit duidelijk afgesproken, zo kan Eline het item ook gebruiken voor haar afstuderen. Over het verhaal ben ik absoluut tevreden. Het sluit aan bij het krantenstuk en bij de radiodocu. Het belangrijkste is misschien wel dat het laat zien hoe en of de slavernij nog leeft in de hoofden en harten van de Curaçaoënaars.

Genoeg gesproken, hier is het eindresultaat van onze tv-productie. De kwaliteit is door het verkleinen en zo geschikt maken voor YouTube verminderd:

Muziek: http://www.youtube.com/watch?v=WybzQAIyD4Y
Animatie kaartje: Stefan Goemans. (NOGMAALS DUIZENDMAAL DANK)
Oude plaatjes: http://www.youtube.com/watch?v=m2jcVGj0xvs

Beelden en beeldverhaal: Eline van Gassen
Onderwerp en opbouw: Tessa Hofland
Interviews, voorbereid door Eline van Gassen en Tessa Hofland
Interviews,uitgevoerd door Tessa Hofland

** Natuurlijk is het Dolph van Stapele

De held van Curaçao

1795, Frankrijk is de baas in Nederland. Officieel heeft Frankrijk de slavernij afgeschaft. Wat dus eigenlijk betekent dat de slavernij ook in Nederland verboden is… Het duurt even voor het nieuws Curaçao bereikt. De slaveneigenaren houden dit natuurlijk stil voor de slaven. Toch hoort een slaaf van plantage Knip hiervan. Hij besluit dat dit dan het einde moet zijn van de onderdrukking. Wettelijk gezien zijn alle slaven nu toch vrij? De naam van deze slaaf is Tula.

Vele, vele jaren later, in 2009 om precies te zijn is deze Tula uitgeroepen tot de nationale held van Curaçao. En in de zomer van 2013 is de film ‘Tula, The Revolt’ uitgekomen. Wie is deze held en wat weten mensen van hem? Op Curaçao ben ik op zoek gegaan naar de antwoorden van de volgende de vragen :‘Wie is Tula en wat betekent hij voor het eiland?’


Muziek: Aurora Ta Yora (Aurora huilt) van Junior Tecla. Hier te vinden op YouTube.

Een ouderwets lang radioproduct. Dat wilde ik graag eens maken, dat wil ik ook kunnen. Al met al ben ik tevreden. Het was veel materiaal, nog meer informatie en daarin heb ik behoorlijk moeten selecteren. Kill your darlings tot de max. Nu heb ik het verhaal van Tula neergezet, maar ook geschetst hoe bekend en hoe belangrijk deze martellaarsheld is op en voor Curaçao.

The aftermovie.

Na twee bizar drukke weken op Curaçao zijn alleen de portfolioproducten en deze aftermovie nog over.

Op dit eiland hebben we zo ontzettend veel geleerd, ook dat een videoblog en een aftermovie maken een vak apart. We hebben de tijd niet gevonden om hier echt even goed voor te gaan zitten. Alleen daarom al wil ik zoiets graag weer doen.