Masterthesis

*Under construction

 

Advertenties

Airbnb

Het aantal Airbnb’s in Rotterdam is afgelopen jaar fors toegenomen. Met een toename van bijna 75 procent heeft Rotterdam nu 1355 Airbnb-plekken. Deze locaties zijn vaak gewone woonhuizen of appartementen… Alle regels waar hotels aan moeten voldoen, gaan hier dus niet voor op.

Stichting Rotterdamse Hotel Combinatie spreekt van oneerlijke concurrentie en vindt dat de gemeente maatregelen moet nemen.

Voor RTV Rijnmond sprak ik met Roel Dusseldorp, manager van Hotel New York en lid van de stichting.

Dat was Roel Dusseldorp, manager van Hotel New York en lid van Stichting Rotterdamse Hotel Combinatie. De stichting wil dus dat de gemeente gaat samenwerken met Airbnb. Wat in Amsterdam al gedaan wordt. Daarnaast wil de stichting dat de wethouder zorgt voor regelgeving voor de Rotterdamse Airbnb’s….

Wethouder Struijvenberg laat in een schriftelijke reactie weten dat de gemeente in gesprek is met Airbnb om dezelfde constructie op te zetten als in Amsterdam. In september gaat hij met de stichting om de tafel.

Curaçao, het stageparadijs

Curaçao, het stageparadijs
(Document)

In mijn stagetijd heb ik mezelf continu verwonderd over de meeste stagiaires. Zon, zee en zuipen, daarvoor kwamen zij naar het eiland. Hun stage leek een vervelende bijkomstigheid voor ze. Na maanden van observeren en -vooruit- ook deelnemen, maar in een veel en veel mindere mate, heb ik nog enkele mensen geïnterviewd. Zie hier het eindresultaat.

Witte stranden, palmbomen, temperaturen rond de 30 graden, veel zon en een heldere felblauwe zee. Elk bedrijf heeft wel een stageplaats. Of je nou een horecaopleiding volgt, rechten studeert of dierentemmer wilt worden, op Curaçao vind je wel een stageplek. Dit maakt dushi Korsou  een paradijs voor de gemiddeld 1200 stagiaires die hier elk jaar komen. Een heus stageparadijs. Het is immers altijd wel ergens happy hour.

Elk ´happy hour´ gaat eigenlijk hetzelfde, in welke kroeg, club, strandtent of discotheek je ook staat. De mensen druppelen binnen, snellen naar de bar en gaan dan terug naar hun hoekje met een Amstel Bright, wodka-jus of welk mixdrankje dan ook. Het midden van de dansvloer wordt vermeden. De stagewereld op Curaçao is een kleine wereld. Je valt op als je te maf danst en dan wordt er over je geroddeld.

Tot het tweede of derde drankje natuurlijk. Een happy hour op dit tropische eiland kan ook gemakkelijk een uur of twee, soms drie duren. Je valt op als je te maf danst, maar je valt net zo hard op als je eigenlijk nooit ‘scoort’. Als je dus nooit een meisje of een jongen aan de haak slaat. De afsluiter van de avond is dan ook regelmatig de jacht. De vele drankjes, en misschien wel de noodzaak om nog een lift naar huis te krijgen, zorgen ervoor dat veel stagiaires de drang om ‘te scoren’ duidelijk voelen.

De volgende ochtend is het dan de sport om op stage te komen en om daar te verbergen dat je brak bent. “Zo gaat het meestal”, moet Jeroen* bekennen. “Niet alleen op de vrijdagen. Het is echt elke avond feest. Huisgenoten of andere stagiaires hoor ik nooit over hun stage. Behalve als die niet bevalt, dan hoor je het continu. We krijgen via Wereldstage een bedrijf toegewezen. Bevalt die niet, dan moet je hemel en aarde bewegen voor ze daar iets aan gaan doen. Daar hoor je ook veel mensen over zeuren. Zo gaat het eigenlijk ook als er iets stuk is in huis. Huisvestiging komt echt niet meteen langs.”

Het stagebureau
Maarten de Jong, van Wereldstage gaat hier tegenin. “We nemen ze aan het handje mee naar het eiland.” De Jong is de directeur van Wereldstage, het stagebemiddelingsbureau met de meeste stagiaires op het eiland. “We regelen een verblijfplaats, een stageplek, het vliegticket en zelfs dat de stagiaires elkaar al ontmoeten voor ze gezamenlijk naar het eiland vliegen.” Op het vliegveld worden de jonge Hollanders opgehaald en daarna worden ze netjes thuis afgezet. Op hun eerste werkdag hoeven ze zelfs niet alleen naar hun stageplek toe, ook daar worden ze heen gereden. Vanaf dat moment moet je als stagiaire laten zien dat je ook zelfstandig kan zijn. “Al zijn ze jong, al wonen de meeste jongelui nu voor het eerst op zichzelf”, zo gaat De Jong verder. “Eenmaal op het eiland zijn wij alleen nog voor de ondersteuning, dat vertellen we ook vaak. Is er iets op stage, praat daar eerst zelf over. Is er een lamp in huis stuk, probeer die eerst zelf te vervangen. Je bent al met al toch oud genoeg om deze kant op te komen?”

Veiligheid
De jonge Nederlanders worden door Wereldstage via de mail en in de nieuwsbrieven gewaarschuwd voor hun veiligheid.“Loop ’s nachts niet alleen over straat! Doe de poort op slot! Ga niet met heel veel geld over straat! Kruip niet met je zatte hoofd achter het stuur! Houd het huis schoon, anders krijg je kakkerlakken! Stap niet bij vreemden in een auto!” Elke periode beginnen de jonge Nederlanders weer vol goede moed. Twee keer per jaar komt er een grote groep nieuwelingen op het eiland. In januari en in augustus. Na een maand of twee zijn de stagiaires slordig geworden: doen de deuren niet op slot, lopen ’s nachts alleen over straat. Na een maand of twee komen de berichten over overvallen en berovingen. Standaard de laatste jaren, zo bevestigt De Jong.

“Is het eiland veilig?” Dokter Harry Jansen herhaalt de vraag terwijl hij erover denkt. “Ja”, concludeert hij uiteindelijk. “Ja, het is veilig.” Dokter Jansen is de dokter die vanuit Wereldstage wordt aangeraden. Bij hem komen dus de meeste stagiaires langs. “Je ziet veel jonge, Nederlandse mensen continu met een telefoon en een camera. Ze zijn vaak met veel bij elkaar en zijn minder weerbaar dan een volwassene. Ze zijn gewoon een gemakkelijk doelwit: je krijgt gemakkelijk veel waardevolle spullen in korte tijd. Maar overvallen zijn overal ter wereld.” Als je zo kijkt naar de handelingen van de stagiaires, dan lijken ze zich niet bewust van waar ze zijn. Ze wonen nu op een eiland tegen Zuid-Amerika en niet in een Nederland in de tropen. Natuurlijk zijn er ook in Nederland overvallen, maar Curaçao is toch even wat anders. Het is hier een kleine gemeenschap met grote tegenstellingen tussen arm en rijk. De toch wat rijkere stagiaires wonen niet op beveiligde parken, worden slordig, en ja echt: ze zijn vaak dronken.

De verhalen van stagiaires over hun dronken acties zijn niet meer bij te houden. Stagiaires lijken soms niet te weten dat het stom is om ’s nachts alleen over straat te gaan. Ze weten dondersgoed dat er eigenlijk nooit alcoholcontroles zijn. Een voorbeeld is de net negentien jarige Tim*. Met auto’s is Tim niet zo handig: van losse bumpers tot berichten op Facebook als: “Ik heb net mijn autoverhuurder moeten uitleggen waarom mijn auto met deuken, een wielklem, een proces verbaal, zonder accu en zonder sleutels op de stoep van een straat stond waar ik niet eens woon. Hij heeft het er moeilijk mee.” Een ander hoogtepunt, zo gaf hij zelf toe, is niet veel later: “Gisteren met mijn auto over mijn eigen grote teen gereden. Vraag me niet hoe.”

De dokter kan daar kort over zijn: “Ja, velen rijden toch met een behoorlijke slok op. Ik zie de stagiaires niet op de avond zelf, maar ik zie er wel weer veel die op controle komen of bij wie de hechtingen eruit gehaald moeten worden. Verder zie ik ook aardig wat soa’s en andere overdraagbare ziektes als vervelende hoestjes.” Gevolgen van heftigere middelen ziet hij niet snel, maar het is geen nieuws dat je op Curaçao wel erg gemakkelijk aan cocaïne kan komen. Als je maar weet waar je moet zijn en dat blijkt heel gemakkelijk. “Tien gulden voor een zakje”, zo verzekert Rick* mij. “Niets dan goed spul.”

Hoe denken de Curaçaoënaars erover?
Zijn die lawaaierige, mogelijke baneninpikkende stagiaires dan alleen maar naar en vervelend? Niet voor de economie van dushi Korsou. Ze huren een kamer, vaak nog een auto of een scooter, nemen nog eens een duikcursus, gaan met dolfijnen zwemmen, huren nog eens een boot en ze gaan nog eens uit eten. Papa en mama betalen toch vaak. Over papa en mama gesproken: gemiddeld haalt elke stagiaire drie mensen naar het eiland. Zij moeten ook ergens slapen en ergens eten. Plus: de stagiaire kent het eiland en laat natuurlijk alle mooie plekjes zien. Een betere gids kan je niet hebben. Een betere, wandelende reclame kan je niet hebben. Iedereen post natuurlijk alleen maar mooie foto’s op Facebook. Duizenden foto’s per jaar, hoeveel mooier kan gratis reclame zijn?

Curaçao heeft misschien een haat-liefdeverhouding met die zuipende stagiaires. Andersom niets dan liefde. Misschien klikt het op stage niet zo of is die ene huisgenoot niet leuk, maar dat nemen ze het eiland niet kwalijk. Zij verlaten Curaçao in tranen, plechtig zwerend dat ze ooit en heel snel terug zullen komen.

*Alle namen van stagiaires zijn uit privacyoverwegingen veranderd.

Afschaffing slavernij geen reden tot feest (2013)

Afschaffing slavernij geen reden tot feest.
(Document. Meer foto’s onderaan)

Door Tessa Hofland. 1 juli 2013

KNIP – De afschaffing van de slavernij is vandaag ook op Curaçao herdacht. Waar in Suriname vandaag het land op zijn kop staat, is Curaçao stil. Hier is 1 juli geen feestdag, maar een dag om te herdenken. Vrijheid wordt zeker gevierd, maar daar zijn andere dagen voor.

Waar kan je op Curaçao de afschaffing van de slavernij beter herdenken dan hier? Hier bij het landhuis op de voormalige plantage Knip is ooit de Grote Slavenopstand van 1795 begonnen. Deze opstand ziet men op Curaçao als het begin van het einde van de slavernij.

Een tijd van slavernij die niet zomaar stopte 150 jaar geleden. Op dat moment is er een handtekening gezet. Het heeft nog vele jaren geduurd voor slaven echt vrij waren, voor ze een eigen leven konden gaan opbouwen. Nog steeds maakt dit verleden een  groot deel uit van het heden. “Jaren van onderdrukking laten sporen achter”, zo vertelt Jeanne Hendriquez, conservator van Museo Tula. Het museum over Tula, een slaaf van plantage Knip en de leider van de Grote Slavenopstand. Het museum is hier gevestigd in landhuis Knip. “Het zou gek zijn als de slavernij geen sporen zou hebben nagelaten. Mensen werden behandeld als een product. Je hoefde maar één ding te kunnen: doen wat je bevolen werd. Hoe kan een volk zich zo ontwikkelen? Mensen hier denken er liever niet meer aan, maar het is van groot belang je achtergrond te kennen.”

Dat is waarom sinds één jaar toch wordt stil gestaan bij de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863. Alle sprekers lijken het vandaag daarover eens: het is belangrijk om ook te herdenken. Herdenken is belangrijk als je als mens en als land aan je toekomst wilt werken. Je moet weten hoe kort geleden die slaventijd nog maar is. Erg kort dus.

“Sorry”, zegt Elfried Koots, bestuurslid van Fundashon Museo Tula. “Op deze plantage, dus hier op deze plek zijn mijn grootvader en overgrootvader ‘vito’ geweest”, gaat Koots verder. “De vito zorgde voor de bezittingen van de slavenmeester. Soms maakte vito’s misbruik van hun macht en behandelden de andere slaven erg slecht.” Koots voelde al jaren de druk om zich te excuseren voor de daden van zijn voorouders. Toch zit er meer achter dit excuses. Deze sorry is bedoeld om meer mensen aan te moedigen hetzelfde te doen. “Het is tijd dat ook Nederland terechte excuses aanbiedt aan Curaçao. Een echte spijtbetuiging, daar wachten we nu nog op. Dan kunnen we echt verder met ons land op te bouwen”, sluit Koots af. Een luid applaus volgt.

Op de veranda van het oude landhuis zit een gezelschap van ministers, de gouverneur, de leiders van politieke partijen en enkele genodigden te luisteren naar alle speeches. Alleen minister-president Ivar Asjes is afwezig. Hij excuseert zich. Hij krijgt ‘hoog politiek bezoek’ van Aruba vandaag. De eerste juli is blijkbaar nog niet zo belangrijk dat hij bij deze viering aanwezig moet zijn.

Om deze herdenkingsdag toch kracht bij te zetten, komt de minister van Cultuur Rubia Bitorina met een kleine verrassing. Museum Tula komt op de UNESCO-lijst. “Zo geven we erkenning voor het belang van het vertellen van Tula’s verhaal”, aldus de minister. Daarna vergelijkt Bitorina in haar speech de viering van vandaag met die in Suriname. “De Antillen zijn stoutmoediger. Zij vieren niet 1 juli als dag van de vrijheid. Zij vieren in augustus dat de slaven hun eigen leven wilden leiden. Zij vieren 17 augustus. Dit is de dag dat Tula in 1795 de Grote Slavenopstand begon. De dag dat slaven zelf besloten vrij te zijn. Dat is een reden om te vieren.”

Morgen is het de beurt aan Curaçao om op zijn kop te staan. Twee juli is hier Dia di Bandera, de dag van de vlag. Het hebben van een eigen vlag, land en volkslied wordt dan gevierd. Winkels zijn dicht en over het gehele eiland zijn feesten. Een groot contrast met vandaag. Op deze herdenking na, wordt er verder eigenlijk nergens bij de afschaffing stilgestaan.

Note: Dit artikel is geschreven in juli 2013, vóór ik aan de master Maatschappijgeschiedenis begon. In 2017, enige tijd na het afronden van die master, heb ik de informatie uit dit artikel gebruikt voor een update.