Eerstejaars Alexandra studeert Psychologie en wil nergens anders zijn dan in Rotterdam (EM, oktober 2020)

Ze droomden van een studietijd in het buitenland, liefst in Rotterdam, en toen kwam de pandemie. Toch heeft het coronavirus deze internationale eerstejaars niet tegengehouden. Hoe verloopt hun eerste studiejaar in Rotterdam?

Alexandra Pop (18) heeft nog geen seconde spijt van haar verhuizing uit Roemenië. Zelfs als Nederland in een lockdown gaat en ze helemaal niet meer naar buiten mag. De nieuwe omgeving, mensen en studie, het voelt aan als een avontuur. “Het is een nieuw hoofdstuk in mijn leven.”

Voor Erasmus Magazine heb ik al eens eerder een jaar eerstejaars studenten gevolgd, dit jaar ligt de focus op drie internationals. Dit is het verhaal van Alexandra.

Studenten blikken terug op racismeprotest: hoopvol, maar nog een lange weg te gaan (EM, oktober 2020)

We hebben nog een lange weg te gaan, zeggen deze drie studenten. Het protest bij de Erasmusbrug in juni heeft ze wel hoop en vertrouwen voor de toekomst gegeven.

Het was afgelopen zaterdag vier maanden geleden dat er in Rotterdam geprotesteerd werd tegen politiegeweld en alle andere vormen van institutioneel racisme. Duizenden mensen stonden op 3 juni 2020 op en rond de Erasmusbrug. Onder hen ook veel studenten. Drie EUR-studenten blikken terug.

Hier wel het historisch kader dat bij het artikel staat: Protest tegen het slavernijsysteem en de erfenis daarvan is allesbehalve nieuw. Het is zo oud als de trans-Atlantische slavenhandel zelf. Ook in Rotterdam klonk dit protest. Bijvoorbeeld al in de zeventiende eeuw, vertelt hoogleraar Alex van Stipriaan in de vierde aflevering van Nooit Bewust Opgeslagen, de podcast van EM over het Rotterdamse slavernijverleden. Protest klonk omdat slavernij in strijd zou zijn met het christelijk geloof, gelovigen vonden het onmenselijk. “En soms was het protest niet eens op basis van een moreel oordeel, maar op basis van de overtuiging dat slavernij niet efficiënt was.”

Het protest vond ook weerklank bij prominente Nederlanders. De bekende Rotterdamse schrijver en rechtsgeleerde Hugo de Groot (1583 – 1645), wiens standbeeld aan de Coolsingel staat, was een van hen. “Hij keerde zich op juridische gronden, en ook morele gronden tegen de slavernij. Hij gebruikte de literatuur over slavernij uit de oudheid, want daar was hij bekend mee.”

Rotterdam als rustmoment

Tijdens de crisis presenteerde Tessa Hofland plotseling de dagelijkse talkshow Erasmus TV. Ze behield haar rust tijdens het fietsen door een lege stad.

Voor Erasmus Magazine schreef ik deze column over het presenteren van Erasmus TV.

EM-redacteur Tessa Hofland was de afgelopen maanden de vaste presentator van Erasmus TV. ‘s Ochtends om half acht fietste zij door de uitgestorven stad, op weg naar de verlaten campus. Met weemoed blikt ze terug.

‘Hee Tessa, dank dat je dit wilde doen.’ ‘Sorry? Doen? Wat doen?’

Tegelijkertijd draaien mijn hoofd en dat van een collega richting een grote tafel die omringd is door drie indrukwekkende camera’s en een legertje felle lampen. Mijn ogen dwalen af naar de lege stoel aan het hoofd, die van de presentator. Die stoel was dus van mij.

‘Oh. Ooooh.’

Dat was aflevering één van Erasmus TV. Het idee ‘om iets met video’ te doen op de eerste maandag van de campuslockdown was in het weekend een tikkie gegroeid. Vijftien minuten voorbereidingstijd, geen presentatie-ervaring, niet de beste haardag, wel bewapend met vragen van bezorgde studenten en wat medewerkers. Niet alleen de camera’s keken toe. De studio stond vol met technici, communicatiemensen en medewerkers van het Education Lab.

Per aflevering wordt de studio leger, ook wij spreken onze gasten regelmatig via Skype. Blijf weg van de campus werd de nieuwe regel. Maar terwijl iedereen thuiswerkt, fiets ik meerdere keren per week toch naar de campus. In recordtijd. De stad is verlaten, zeker als ik om half acht ’s ochtends wegfiets uit Rotterdam-Noord. Omfietsen om stoplichten te vermijden is niet meer nodig. Langs de Hofbogen en de Stroveer ben je zo bij de haast autoloze Goudsesingel. Zelfs de Meent is zo overgestoken. Oostplein heb ik bij daglicht nog nooit zo verlaten gezien.

Die fietstocht is het rustmomentje van de dag. De reis door het stille, vroege, langzaam groener wordende Rotterdam is mijn moment om even te ademen. Want voordat iedereen in joggingsbroek, bh-loos en/of met ongewassen haar achter de laptop kruipt, fiets ik al met geföhnd haar en beschilderde lippen door de stad. Op de campus is het voorbereiden, checken of mijn lippenstift niet tot achter mijn oren zit, gasten ontvangen, presenteren, weer lekker snel naar huis fietsen, vergaderen over de volgende editie, voorbereiden, gasten voorspreken, uitzending online zetten en op tijd naar bed voor de volgende uitzending.

De afgelopen weken werd het langzaam maar zeker weer drukker in de stad. Stoplichten negeren kan weer alleen met gevaar voor eigen leven. Sprekers willen weer dolgraag de studio bezoeken. Uurtje rijden? Geen probleem. “Mag ik alsjeblieft weer eens naar de campus komen?” krijgen we zelfs te horen. 

Begrijp me niet verkeerd: het was te gek en fantastisch dat ik de kans kreeg om iets nieuws te leren tijdens de coronamaanden. Maar intens, heftig en veel was het ook. En nu auto’s in de wijken en bij uitritten van de Oude Dijk weer langs fietsers zoeven, lijkt het rustige Rotterdam van de coronaperiode ver weg, net als het rustmoment van fietsen door het stadse ochtendlicht. Nu de 41e en laatste aflevering voor de zomerstop achter de rug is, is er gelukkig weer tijd om naar het terras te fietsen. Daar ontspan ik ook.

Rotterdamse zedenrechercheur: ‘Al loop je in je blote kont over de Coolsingel, niemand mag ongevraagd aan jou zitten’

Voor Erasmus Magazine heb ik dit artikel geschreven:

“We zien het wel vaker: studenten van de EUR die nog met de dader in college zitten”, zegt Léontine Verberg. Bij de casemanager van het Centrum Seksueel Geweld komt een verhaal als dat van studente Cece Dao regelmatig voorbij. De Vietnamese studente Communicatie & Media (IBCoM) begon in maart een petitie om haar vermeende aanrander, een studiegenoot, te schorsen, zodat ze hem niet meer tegen het lijf zou lopen op de campus.

Nadat Dao de petitie begon, kreeg ze naar eigen zeggen heel veel reacties van studenten met soortgelijke verhalen. In tegenstelling tot Dao doen ze vaak geen aangifte, uit angst voor reacties en (oordelende) vragen. Het Centrum Seksueel Geweld (CSG) hoort vaker vergelijkbare verhalen van EUR-studenten, maar kan vanwege de privacy van de slachtoffers niet verder ingaan op specifieke zaken. Wel roept Verberg slachtoffers op om vooral langs te komen bij het CSG. “Je doet jezelf tekort als je dat niet doet”, zegt ze. Zedenrechercheur Lincy Lansbergen van de Politie Rotterdam en casemanager Verberg van het (CSG) leggen uit wat je kunt verwachten als je melding maakt van seksueel geweld.

Het hele artikel is te lezen op EM.

‘Een Erasmus MC voor alle Rotterdammers’

Studenten van het Erasmus MC willen de zorg van de toekomst veranderen. Daar gaan ze de 20 duizend euro gekregen subsidie van ECHO, het landelijke Expertisecentrum Diversiteitsbeleid voor hoger onderwijs, voor gebruiken. De zorg en dus het onderwijs moet meer inclusief en divers worden. “We leren nu vaak één behandelmethode, maar dat is niet altijd de beste manier.”

Lees het hele artikel hier.

Werkdruk druk(te) op de werkvloer – Karwan Fatah-Black

Voor de themareeks ‘Historicus in de prestatiemaatschappij’ sprak Historici.nl met enkele historici in verschillende sectoren. In dit eerste gesprek: Karwan Fatah-Black. Hij is onderzoeker en docent aan de Universiteit van Leiden waar hij een vaste aanstelling heeft. Zijn specialisatie is koloniale en slavernijgeschiedenis in het Atlantisch gebied.

Druk
“Vaak wordt gezegd dat de prestatiemaatschappij individuen beïnvloed, maar ik denk dat het werkveld als geheel er door veranderd is”, vertelt Karwan Fatah-Black. “De prestatiemaatschappij heeft het werken en het tegen werk aankijken veranderd.” Dat OSO, Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caräibisch Gebied, in 2017 na 35 jaargangen is opgeheven, is volgens Fatah-Black een voorbeeld van de veranderde prioriteiten van onderzoekers. “Het was niet door een gebrek aan belangstelling, maar door een gebrek aan tijd. De kar werd de laatste jaren getrokken door mensen die aan universiteiten werken, en die hebben hier geen tijd meer voor.” En dat is zonde, vindt de onderzoeker. Het tijdschrift publiceerde wetenschappelijk verantwoorde en toch laagdrempelige artikelen. “Eigenlijk zoude we als gemeenschap ons meer voor het voortbestaan van dit soort tijdschriften moeten inzetten.”

Fatah-Black heeft het behoorlijk druk. Naast zijn werk als docent en onderzoeker schrijft hij ook voor een breder publiek, is hij actief op Twitter, droeg hij bij aan de tentoonstelling ‘Heden van het slavernijverleden in het Tropenmuseum en is sinds kort bestuurslid van het KNHG. “Ik heb een unieke positie, door mijn veni-beurs heb ik veel tijd voor onderzoek. Ik merkte dat veel mensen belangstelling hebben voor het Nederlandse slavernijverleden en dus besloot ik een jaar meer te doen om een groter publiek te bereiken.”

Veel musea willen met het thema ‘slavernij’ aan de slag en vragen Fatah-Black om advies. Daarnaast is hij ook betrokken bij publicaties van boeken over het thema en geeft hij regelmatig lezingen. “Dat gaat toch ten koste van het onderzoek en dat zou toch de kerntaak van een wetenschapper moeten zijn. Anderen kunnen ook boeken schrijven en meedenken met musea.” Toch wordt aan die kennisbenutting steeds belangrijker gevonden.

Die nadruk op kennisbenutting is in de geschiedwetenschap een beetje overbodig, vindt Fatah-Black. “Geen andere onderzoeksveld is zo publieksgericht als dat van ons. Van tv- en radioprogramma’s tot musea en andere instellingen, we staan echt in de publieke belangstelling en dat maakt het mede zo’n uniek vak.” Naast publieke zichtbaarheid brengt ook zichtbaarheid binnen de internationale wetenschappelijke gemeenschap nogal was rompslomp met zich mee. “Ik moet wel op zes verschillende plekken de gegevens van nieuwe publicaties invoeren.” Het vele papierwerk komt Fatah-Black ook tegen in de semesters dat hij lesgeeft. “Meer formulieren, meer verschillende systemen en dus meer onrust.” Hij vindt het belangrijk dat universiteiten ervoor zorgen dat wetenschappers de rust en tijd blijven hebben om goed onderzoek te kunnen doen. “Creativiteit en rust zijn belangrijk voor goed onderzoek en dat laat zich niet sturen.”

De invloed van (on)zekerheid
Naast alle drukte blijft Fatah-Black tijd maken voor zijn jonge gezin, dat is ‘gewoon heel erg belangrijk’ zo zegt hij. Al tijdens het promoveren zorgde hij ervoor dat hij zijn tijd bewaakte.  “Het is idioot hoe we onszelf gek maken. Ik zie het nu ook bij sollicitaties. Mensen denken dat alles draait om aantallen publicaties, maar dat is echt een illusie.” In hoeverre onzekerheid kan zorgen voor stress had Fatah-Black pas echt door nadat hij een vast contract kreeg. Met dat contract kreeg hij het gevoel dat hij eens wat vaker ‘nee’ kon zeggen tegen zaken en dat was al een enorme vrijheid. “Het was echt ongelofelijk. Ik las ineens weer literatuur, en eens geen vakliteratuur, en dat had ik jaren niet gedaan. Treurig eigenlijk.”

Er wordt veel gevraagd van promovendi, ziet Fatah-Black. De onzekerheid na het promotietraject draagt zeker bij aan de werkstress die veel jonge onderzoekers ondervinden. Voor gepromoveerden is het lastig om een baan in de wetenschap te vinden. “Toen ik begon met promoveren waren hier acht promovendi, toen ik klaar was waren het er vijftig.” Die groei komt vooral door de financiering van grote projecten. Ondanks de nadelen zou Fatah-Black dit niet willen veranderen. “Dat betrekkelijk veel mensen één onderwerp bestuderen, is van enorme waarde voor de wetenschap. Die projecten creëren internationaal aantrekkingskracht rond een thema waardoor je snel stappen vooruit kan zetten.”

Hoe de werkdruk en de werkstress verlaagd kan worden onder onderzoekers? Van een hoop zaken kom je niet zomaar af, denkt Fatah-Black. “Minder op je nemen en vaker ‘nee’ zeggen”, zijn de oplossingen die hij noemt. Laat jezelf niet gek maken en bewaar de rust. Dan kunnen misschien ook onderzoekers zonder vaste aanstelling de gemoedsrust vinden om weer literatuur te lezen.